Cyberpesten aanpakken: een multi-stakeholder benadering

Artikel
Auteur(s): 
Heidi Vandebosch - UA - MIOS

Cyberpesten is een relatief vaak voorkomend fenomeen onder jongeren. Aangezien cyberpesten dikwijls voorvloeit uit klassiek pesten op school en ook daar zijn impact laat voelen (bv. op de schoolprestaties en het welbevinden van de betrokken jongeren, maar ook op het meer algemene schoolklimaat), krijgen scholen een belangrijke rol toebedeeld in de preventie, detectie en oplossing van cyberpesterijen. Uit onderzoek blijkt dat ze daarvoor best een “whole school” benadering toepassen. Bij deze aanpak worden zowel de leerlingen als hun leerkrachten en ouders betrokken in het anti-(cyber)pestbeleid van de school. Naast deze actoren, zijn er ook nog een aantal andere stakeholders die het cyberpestprobleem bij de wortel willen aanpakken. Hierbij denken we bijvoorbeeld aan de politie, de internetindustrie, e-safety- of anti-pestorganisaties, en -nog ruimer- onderzoekers uit de academische sector, beleidsmakers en nieuwsmedia.

De rol van de politie, de industrie en e-safety- of anti-pest-organisaties

Er zijn een aantal argumenten te bedenken die pleiten tegen de betrokkenheid van de politie bij de aanpak van cyberpesten. Zo bestaat bijvoorbeeld het risico dat relatief onschuldige online acties van jongeren te snel gecriminaliseerd worden. Toch zijn er ook een aantal argumenten waarom betrokkenheid van de politie bij de aanpak van cyberpesten wel wenselijk zou kunnen zijn. Zo is het bijvoorbeeld niet altijd evident voor scholen om op te treden tegen cyberpesterijen die buiten de school(m)uren plaatsvinden. In dergelijke gevallen zou de (lokale) politie een bemiddelende en verzoenende rol kunnen spelen tussen slachtoffer en dader (en eventueel ook hun naaste familie). De betrokkenheid van de politie lijkt nog meer gerechtvaardigd wanneer het gaat om gevallen van cyberpesten die een ernstige bedreiging voor de fysieke en mentale gezondheid van het slachtoffer inhouden, en waarbij een snelle samenwerking met Internet Service Providers (ISPs) noodzakelijk is om de dader te identificeren en het misdrijf te stoppen.

In België zijn de federale politie (meer bepaald de Federal Computer Crime Unit - FCCU) en de lokale politie betrokken bij acties gericht op de preventie, detectie en oplossing van cyberpesten (voor een uitgebreid overzicht, klik hier). De FCCU en (sommige) lokale politiekorpsen hebben heel wat ervaring met cybercriminaliteit waarop ze kunnen voortbouwen tijdens preventie-activiteiten. Tijdens informatiesessies, die vaak plaatsvinden op vraag van scholen, kunnen zij verwijzen naar concrete voorbeelden, suggesties doen over hoe jongeren zich online het best kunnen gedragen, en tips geven over wat te doen en wie te contacteren wanneer men slachtoffer wordt. De politie is niet alleen betrokken bij de preventie, maar ook bij de detectie van cyberpesterijen. De FCCU krijgt bijvoorbeeld heel wat meldingen binnen van omstaanders of slachtoffers via eCops (www.ecops.be), een platform dat toelaat om misdrijven die men tegenkomt op het internet te melden (maar niet om officieel klacht in te dienen). Bijkomende meldingen (omtrent ernstige misbruiken) bereiken eCops bijvoorbeeld via Child Focus of sociale netwerksites, die elk ook over eigen rapporteringssystemen beschikken.

Om officieel klacht in te dienen, moeten de slachtoffers van cyberpesterijen echter de lokale politie contacteren. Die moet oordelen of de bewuste daad van cyberpesten ook echt gekwalificeerd kan worden als een misdrijf. Klachten die rechtstreeks refereren aan de bestaande wetgeving (vb. schending van het portretrecht, laster en eerroof, schending van de persoonlijke integriteit, afpersing, …) maken meer kans om gevolg te krijgen. Pas wanneer een handeling als misdrijf wordt erkend, kan de politie de zaak verder opnemen. Vaak betekent dit dat de politie op zoek gaat naar de identiteit van de dader, bijvoorbeeld op basis van bewijsmateriaal dat werd verzameld door het slachtoffer (tijdstippen waarop en kanalen via welke er gepest werd, concrete boodschappen, e-mailadressen, telefoonnummers, enz.). Vertrekkend van deze gegevens werkt de politie dan samen met access providers (bv. Belgacom, Telenet, enz.) en content providers (bv. Facebook, Hotmail, enz.) om zo de dader op te sporen. De samenwerking met content providers is vooral nodig om het probleem op te lossen (door bv. bepaalde problematische, kwetsende of illegale boodschappen te laten verwijderen). Content providers steunen niet enkel op meldingen van de politie om illegale of schadelijke inhoud te verwijderen. Een aantal onder hen creëren ook mogelijkheden voor hun gebruikers om misbruiken rechtstreeks aan hen te melden. Bovendien screenen zij de inhoud die gepost wordt ook (pro-)actief. Op basis van de meldingen of de eigen detectiemaatregelen, kunnen ze bepaalde inhoud die illegaal is of in strijd met de eigen gebruiksvoorwaarden verwijderen, en/of bijkomende maatregelen treffen. Zo zijn er providers die na wangedrag beslissen om individuele internetgebruikers uit te sluiten van een verder gebruik van hun diensten. Heel wat providers zijn ook betrokken bij preventieve acties. Zij creëren bijvoorbeeld technische mogelijkheden voor hun gebruikers om de kans op misbruik te verkleinen (een goed voorbeeld zijn hiervan de privacy settings op sociale netwerksites of de rapporteringsknop op YouTube). Ze zijn ook vaak betrokken in sensibiliseringscampagnes rond online veiligheid.

Naast de profit-industrie zijn er in Vlaanderen ook heel wat non-profit en overheidsorganisaties die cyberpesten (helpen) aanpakken. Enkele voorbeelden daarvan zijn: Child Focus (dat sinds 2000 fungeert als het Belgian Safer Internet Center en dat via de website http://www.clicksafe.be/ heel wat concrete tools aanlevert voor jongeren, ouders en professionals); het Vlaams Netwerk Kies Kleur Tegen Pesten (http://www.kieskleurtegenpesten.be) en Awel (de vroegere Kinder- en Jongerentelefoon; http://www.awel.be).

De rol van nieuwsmedia, beleidsmakers en onderzoekers

Ook nieuwsmedia spelen een belangrijke rol in de bewustmaking rond cyberpesten bij het grote publiek. Uit onderzoek blijkt dat cyberpesten sinds 2005 is uitgegroeid tot een vaak terugkerend onderwerp in de nieuwsmedia. Media rapporteren over nieuwe onderzoeksbevindingen, beleids- en andere initiatieven tegen cyberpesten, en concrete gevallen. Niet zelden zijn het de meest dramatische cases (met name deze die in verband worden gebracht met zelfmoorden) die de voorpagina’s halen. De toegenomen persaandacht heeft wellicht een duwtje in de rug gegeven om de problematiek op de beleidsagenda te plaatsen en het bewustzijn ervan bij het publiek over het fenomeen te vergroten. Een overdreven nadruk op de meest ernstige gevallen zou een eerder negatief effect kunnen hebben. Zo kan dit aanleiding geven tot “morele paniek” of overbezorgdheid bij ouders. Verder kan het ook bepaalde clichébeelden of misvattingen over cyberpesten versterken. Zo wordt het aantal cyberpesterijen en de samenhang tussen cyberpesten en suïcide vaak schromelijk overdreven.

In Vlaanderen hebben diverse overheden reeds initiatieven rond cyberpesten genomen. Zo vond de eerste grootschalige studie naar cyberpesten (gefinancierd door viWTA en uitgevoerd door de Universiteit Antwerpen) plaats in opdracht van de Commissie voor Cultuur, Jeugd, Media en Sport van het Vlaams Parlement. Sinds dit onderzoek in 2005 zijn acties rond cyberpesten en andere online risico’s een prioriteit geworden van verschillende ministeries. Het Ministerie van Onderwijs formuleerde bijvoorbeeld ICT-eindtermen voor zowel het lagere als voor het middelbare onderwijs in Vlaanderen. De Vlaamse Minister van Media richtte het Kenniscentrum Mediawijsheid op. De mentale gezondheid van jongeren werd dan weer een belangrijk beleidspunt voor de Minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin.

Ten slotte, spelen ook onderzoekers uit de academische sector een belangrijke rol. Een adequate aanpak van cyberpesten veronderstelt immers dat het probleem (Wat is het?, Wie is er bij betrokken?, Waardoor wordt het veroorzaakt?, …) voldoende gekend is (cfr. de idee van “evidence-based” interventies). Een interessant Europees initiatief was COST actie IS0801 “Cyberbullying: coping with negative and enhancing positive uses of new technologies, in relationships in educational settings” dat cyberpestexperten uit diverse Europese landen samenbracht.

Voor meer info over de multi-stakeholder benadering, klik hier.

Lees meer over

Inhoud

This should be replaced by the table of contents