Cyberpesten in de wet

Artikel
Auteur(s): 

Kan cyberpesten strafbaar zijn? Dat kan!

Cyberpesten, of overlast of schade veroorzaken met boodschappen via het internet, is strafbaar als: de boodschappen verzonden zijn via een elektronisch middel, zoals het internet of sociaalnetwerksites; de dader de bedoeling had om zijn slachtoffer lastig te vallen of schade te berokkenen; én er contact was tussen de dader en het slachtoffer (artikel 145 §3bis van de ‘Wet van 13 juni 2005 betreffende de elektronische communicatie’). [i]

Volgens welke andere wetten is cyberpesten strafbaar?

1. Belaging of stalking (artikel 442bis)

Een persoon stalkt of belaagt iemand. Het gedrag verstoort de rust van het slachtoffer. De dader weet dat zijn gedrag stoort.

Een dader krijgt dubbel zoveel straf als het slachtoffer bijzonder kwetsbaar is, bijvoorbeeld omwille van zijn of haar leeftijd.

2. Laster of eerroof [ii] (artikel 443 Sw. Artikel 444 Sw.)

Laster of eerroof kan strafbaar zijn als het cyberpesten gebeurt op een openbare plaats. Er zijn verschillende situaties die als openbaar worden beschouwd, ook online:

  • openbare bijeenkomsten of plaatsen in aanwezigheid van anderen (bijvoorbeeld websites of publieke profielen)
  • plaatsen die niet openbaar zijn, maar toegankelijk voor een aantal personen die er mogen vergaderen of de plaats bezoeken (bijvoorbeeld chatrooms, fora of profielen die enkel toegankelijk zijn voor een beperkt aantal ‘vrienden’);
  • om het even welke plaats, als het slachtoffer en getuigen erbij zijn;
  • wanneer teksten of beelden die aangeplakt, verspreid of verkocht, te koop geboden of tentoongesteld worden (bijvoorbeeld op een sociaalnetwerksite); of
  • wanneer teksten die aan verschillende personen toegestuurd of meegedeeld worden (bijvoorbeeld mailinglijsten of nieuwsbrieven).

3. Iemand beledigen met teksten of beelden (artikel 448 Sw.)

De dader moet iemand kwaad willen doen. De belediging moet publiek zijn. Dat betekent dat die gebeurt in een publieke ruimte zoals in de lijst hierboven.

Dit artikel kan ook gelden in de omgeving van sociale media.

4. Racisme, seksisme of discriminatie

In bepaalde situaties zou het kunnen dat cyberpesten gepaard gaat met uitingen die aanzetten tot discriminatie, haat of geweld. Dit kan strafbaar zijn op basis van de antiracismewet, de algemene antidiscriminatiewet, de genderwet of de anti-seksismewet.[iii]

5. Afpersing, hacking, virussen of valsheid in informatica

Cyberpesten kan ook samengaan met afpersing (art. 470 Sw.), hacking (artikel 550bis Sw.), virussen versturen (artikel 550ter Sw.) of valsheid in informatica (artikel 210bis §2 Sw.). [iv]

6. Wat met seksueel suggestieve beelden?

Volgens artikel 383 is het strafbaar om materiaal dat strijdig is met de goede zeden tentoon te stellen, te verkopen, verspreiden, maken, in voorraad te hebben, in te voeren en bekend te maken. De straffen zijn zwaarder als het slachtoffer minderjarig is (artikel 386 Sw.). De handelingen zijn strafbaar als ze openbaar zijn, zoals foto’s op een vrij toegankelijke sociaalnetwerksite. Als foto’s via een bericht worden verstuurd, zal het minder duidelijk zijn of dit ‘openbaar’ is. De rechter oordeelt daarover.

Sinds februari 2016 is het ook strafbaar om een foto of filmpje van een naakte persoon of een persoon die een expliciete seksuele daad stelt te tonen, toegankelijk te maken of te verspreiden als de afgebeelde persoon daar geen toestemming voor heeft gegeven, of niet op de hoogte is (artikel 371/1 Sw.). Dat is ook zo als de persoon wel heeft ingestemd met het maken van de foto of het filmpje.

Volgens artikel 383bis Sw. zijn handelingen [v] in verband met kinderpornografie [vi] strafbaar. Het kan gaan over foto’s die een minderjarige in seksuele poses afbeelden op een sociaal netwerk.

7. Het recht op afbeelding

Op basis van het recht op afbeelding heb je de toestemming nodig van een persoon om een afbeelding van die persoon te maken en te gebruiken.

Een foto van iemand anders posten of delen, kan ook gelden als het verwerken van persoonlijke gegevens. Volgens artikel 5 van de Wet Verwerking Persoonsgegevens [vii] heb je daarvoor de toestemming van de betrokkene nodig.

Is een minderjarige bekwaam toestemming te geven om een afbeelding te gebruiken of om persoonlijke gegevens te verwerken? Volgens de Belgische Privacycommissie [viii] kan een minderjarige de gevolgen van zijn of haar gedrag nog niet inschatten (het 'onderscheidingsvermogen'). Dan kunnen enkel de ouders toestemming geven. Voor minderjarigen die de gevolgen wel kunnen inschatten, is de situatie niet zo duidelijk:

Volgens sommigen moeten zowel de minderjarige als de ouders toestemming geven. Anderen vinden dat de minderjarige zelf toestemming kan geven. 'Onderscheidingsvermogen' is een vaag criterium, dat geval per geval moet worden beoordeeld. [ix] Het lijkt onrealistisch dat je telkens toestemming moet vragen om iedere foto waarop iemand anders staat, te posten of te delen. Toch is het belangrijk dat jongeren zich bewust zijn dat het recht op afbeelding dit in principe vereist.

Is een juridische benadering tegen cyberpesten wenselijk?

De vraag kan gesteld worden of het wenselijk is de juridische weg te bewandelen in cyberpestsituaties. Uiteraard zullen er situaties zijn die dermate ernstig zijn dat dit een gerechtvaardigde en noodzakelijke aanpak zal zijn. In vele situaties echter zal een niet-juridische benadering een te verkiezen alternatief zijn, zeker wanneer enkel minderjarigen zijn betrokken. Over het algemeen is preventie te prefereren boven repressie en zal een holistische benadering, waarin verschillende actoren (scholen, ouders, minderjarigen zelf) een belangrijke rol spelen in het voorkomen en aanpakken van cyberpestsituaties, de belangen van alle betrokkenen beter kunnen garanderen.


[i] Wet van 13 juni 2005 betreffende de elektronische communicatie, BS 26 juni 2005.  

[ii] Dit wordt gedefinieerd als “iemand kwaadwillig een bepaald feit ten laste leggen, dat zijn eer kan krenken of hem aan de openbare verachting kan blootstellen”.

[iii] Wet van 30 juli 1981 tot bestraffing van bepaalde door racisme en xenofobie ingegeven daden, BS 8 augustus 1981; Wet van 10 mei 2007 ter bestrijding van bepaalde vormen van discriminatie, BS 30 mei 2007; Wet van 10 mei 2007 ter bestrijding van discriminatie tussen vrouwen en mannen, BS 30 mei 2007; Wet van 22 mei 2014 ter bestrijding van seksisme in de openbare ruimte en tot aanpassing van de wet van 10 mei 2007 ter bestrijding van discriminatie teneinde de daad van discriminatie te bestraffen, BS 24 juli 2014.

[iv] Voor meer informatie, cf. De Busscher, M. et al. (2012), Strafrecht, Larcier Wet en Duiding, Brussel, Larcier, 557 et seq.

[v] Nl. het voorstellen, tentoonstellen, verkopen, verhuren, verspreiden, uitzenden of overhandigen, met het oog op de handel of verspreiding vervaardigen of in voorraad hebben, (doen) invoeren of bezitten van kinderpornografie.

[vi] Kinderpornografie wordt gedefinieerd door dit artikel als “zinnebeelden, voorwerpen, films, foto’s dia’s of andere beelddragers die houdingen of seksuele handelingen met pornografisch karakter voorstellen waarbij minderjarigen betrokken zijn of worden voorgesteld".

[vii] Wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens, BS 18 maart 1993.

[viii] Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer (2002), Advies uit eigen beweging betreffende de bescherming van de persoonlijke levenssfeer van minderjarigen op Internet,http://www.privacycommission.be/sites/privacycommission/files/documents/advies_38_2002_0.pdf.

[ix] Dierickx, L. (2005), Het recht op afbeelding, Antwerpen, Intersentia, 39.

Lees meer over

Bekijk ook

Inhoud

This should be replaced by the table of contents