chain

Eén van mijn leerlingen wordt gecyberpest. Wat nu?

Artikel
Auteur(s): 
Gie Deboutte - UA - MIOS

Deze 10 tips voor leerkrachten zijn onderdeel van de integrale schoolaanpak, die je hier volledig kan terugvinden.

1. Zoek het geschikte moment en de geschikte plaats om met het slachtoffer in gesprek te gaan. Maak duidelijk dat de school er alles aan zal doen om te zorgen dat de veiligheid en het vertrouwen van de leerling wordt hersteld. 

2. Neem het verhaal van de leerling ernstig. Luister wat er juist speelt en ga samen op zoek naar patronen. Informeer naar wat het slachtoffer al ondernam en pols naar wat hij/zij voelt, denkt en wilt dat er nu (niet) gebeurt. 

3. Deel de bezorgdheid van de leerling en zijn/haar ouders en verduidelijk de doelgerichtheid van de schoolaanpak en de concrete manier waarop de school haar verantwoordelijkheid opneemt (procedure/aanpak/methoden/timing). 

4. Informeer welke acties de leerling al ondernomen heeft en welke hiervan door de leerling als succesvol werden ervaren. 

5. Prijs de leerling om het aankaarten van het probleem. Maak duidelijk dat het belangrijk is om op te komen voor zichzelf. Beschuldig het slachtoffer niet, maar wijs op de verantwoordelijkheid van de pesters en de omstaanders. 

6. Bekijk wat de betrokken leerling zelf kan ondernemen om het risico op nieuwe cyberpesterijen te verminderen: 

  • de cyberpester op een assertieve manier duidelijk maken dat hij/zij moet stoppen en dat zijn/haar manier van doen ongehoord is.
  • het eigen wachtwoord wijzigen en in geen geval doorspelen aan anderen. 
  • degene die het pestgedrag stelt ontvrienden op sociale media, blokkeren en dus geen toegang meer geven.
  • gebruik maken van een nickname, zeker in contact met onbekenden.
  • in geen geval wraak nemen omdat dit tot een verdere escalatie kan leiden.
  • bewijsmateriaal verzamelen en opslaan.
  • steun zoeken bij betrouwbare personen, zoals ouders, de vertrouwensleerkracht of vrienden.
  • bij ernstige incidenten en bedreigingen: klacht neerleggen bij de school of bij de lokale politie.
  • melding maken van wat zich voordoet bij het sociale medium in kwestie. 

7. Rond het gesprek met de leerling af en overloop alle gemaakte afspraken. Wie zal wat doen, tegen wanneer? 

8. Organiseer eventueel een tussenkomst op klasgroepniveau (‘no blame’ aanpak of steungroepmethode, herstelcirkel, klasthermometer, pikasmethode) en maak op basis daarvan nieuwe klasafspraken of –regels. 

9. Maak meteen ook afspraken voor gesprekken met de belangrijkste betrokkenen en feliciteer hen voor alle geboekte vooruitgang. 

10. Zoek samen met de betrokken leerling naar steun guren uit zijn/haar omgeving die hem/haar kunnen helpen bij de opvolging van de gemaakte afspraken. 

Lees meer over