De gevolgen van cyberpesten

Artikel

Er wordt wel eens aangenomen dat cyberpesten maar bij woorden blijft en dus niet zo erg is voor het slachtoffer in vergelijking met slachtofferschap in klassieke pestvormen (zeker als er fysieke agressie gebruikt wordt). Nochtans is de emotionele impact van cyberpesten meestal groter in vergelijking met het leed veroorzaakt door klassiek pesten. Slachtoffers van cyberpesten vertonen meer symptomen van depressie, stress en angst dan slachtoffers van klassiek pesten. Bovendien is een aanzienlijke groep van de slachtoffers van cyberpesten ook slachtoffer van klassiek pesten. Deze jongeren, die slachtoffer zijn van beide vormen van pesten, lijden door de accumulatie van pesten in de offline én online omgeving doorgaans het meest onder de cyberpesterijen en zijn het vaakst depressief.

Hoewel veel aandacht in onderzoek gaat naar de emotionele problemen van slachtoffers en zij vaak op meer medeleven kunnen rekenen dan pestkoppen, hebben ook pestkoppen met emotionele en psychosociale problemen te maken. Ten eerste is er een aanzienlijk deel van de cyberpestkoppen dat zelf ook slachtoffer is geweest van cyberpesten of klassiek pesten. Bovenop een mogelijke depressie, angst- en stressgevoelens als slachtoffer, ervaren ze de psychosociale problemen die bij cyberpestkoppen vaker voorkomen, zoals een gebrekkige impulscontrole, gedragsproblemen en middelenmisbruik. Ten tweede is er bij cyberpestkoppen vaker sprake van conflicten thuis, is er vaak een slechte band met de ouders en veel pestkoppen hebben het gevoel dat de leerkrachten niet om hen geven. Het pesten kan men dan in sommige gevallen beschouwen als een uitlaatklep om met negatieve gevoelens om te gaan.

Omdat zowel dader als slachtoffer lijden onder een emotionele druk, wordt aanbevolen geen strategieën te gebruiken die de pestkop isoleren en afstraffen, maar verkiest men om zoals in een “No Blame” of “Whole School” benadering zowel voor pestkop als slachtoffer ondersteuning te bieden.

Cyberpesten en gezondheid

Uit zowel internationaal onderzoek als uit de Friendly Attac-bevraging in Vlaanderen blijkt dat jongeren die het slachtoffer zijn van cyberpesten vaker te maken hebben met psychosomatische klachten, zoals duizeligheid, zenuwachtigheid, futloosheid, rugpijn, humeurigheid, slaapproblemen, buikpijn of hoofdpijn. Opvallend is ook dat cyberpestkoppen zelf psychosomatische klachten ervaren, wat bevestigt dat ook zij met stressklachten of psychische problemen te kampen hebben.

Psychosomatische klachten kunnen een signaalfunctie hebben dat iemand lijdt onder pestervaringen. Uit een studie over klassiek pesten blijkt dat jongeren psychosomatische klachten ontwikkelden nadat ze werden gepest, terwijl ze voor de pestervaringen geen mentale gezondheidsklachten hadden. Bij jongeren die vage gezondheidsklachten melden, kan het daarom aangewezen zijn dat verder gevraagd wordt naar pestervaringen door de zorgleerkracht of door het CLB.

Voor wie is de impact het grootst?

Sommige jongeren ervaren een grotere negatieve impact van het cyberpesten dan andere. De verschillen in deze ervaring kunnen enerzijds te wijten zijn aan persoonskenmerken en anderzijds aan kenmerken van het pestvoorval.

Persoonskenmerken

Uit onderzoek blijkt dat jongere slachtoffers van cyberpesten (jonger dan 12 jaar) relatief meer geschokt zijn door het voorval dan oudere jongeren. Ook ervaren meisjes dat de impact van het cyberpesten op hun leven groter is dan jongens. Nochtans stelt men in onderzoek vast dat jongens die het slachtoffer zijn van cyberpesten meer gezondheidsklachten melden dan meisjes. Ook bij migrantenjongeren die minder dan 10 jaar in het land wonen blijkt de gezondheid slechter na het cyberpesten dan bij andere slachtoffers van cyberpesten.

Longitudinaal onderzoek stelde vast dat jongeren die depressieve klachten hebben, meer kans lopen om gecyberpest te worden en hierna nog een verergering vertonen van de depressieve symptomen. Zij komen als het ware in een vicieuze cirkel terecht waarbij de depressie steeds erger wordt. Dit is vooral zo voor jongens. Jongens met depressieve symptomen hebben tot achtmaal meer kans om gecyberpest te worden dan anderen.

Dat jongeren met gezondheidsproblemen vaker het slachtoffer zijn van cyberpesten en dat dit hun gezondheidstoestand niet bevordert, blijkt ook uit de cijfers van jongeren met obesitas. Uit een Vlaamse studie bij jongeren in het Zeepreventorium (De Haan) blijkt dat jongeren met obesitas meer kans lopen om gecyberpest te worden, en dat deze slachtoffers een tot vijf keer grotere kans hebben om zelfdodingsgedachten te hebben in vergelijking met jongeren met obesitas die niet gecyberpest worden.

Kenmerken van het pestvoorval

Niet enkel of men gecyberpest word hangt samen met de psychosociale beleving, maar ook hoe en hoe vaak dit gebeurt. Uit onderzoek blijkt dat als het gaat om cyberpesten via foto’s of video’s, slachtoffers dit als emotioneel meer ingrijpend beschouwen dan wanneer het om andere vormen gaat (bv. via sms). Uit onderzoek blijkt ook dat gecyberpest worden door een volwassene meer leed veroorzaakt dan gecyberpest worden door een andere jongere. Jongeren die zowel online als offline gepest worden, en vooral als ze door dezelfde mensen gepest worden, vertonen de meeste psychosociale en emotionele problemen. Ook bij jongeren die herhaaldelijk gecyberpest worden, met name minstens 3 keer, is de negatieve impact groter dan bij jongeren die minder vaak het slachtoffer van cyberpesten zijn. Die laatste groep jongeren kunnen beschouwd worden als risicogroepen waarvoor extra aandacht en begeleiding aangewezen zijn.

Cyberpesten en zelfdoding*

Een van de meest zichtbare gevolgen van cyberpesten, waarover vooral in de media gerapporteerd wordt, zijn de pogingen tot zelfdoding die sommige slachtoffers van cyberpesten ondernomen hebben. Uit internationaal onderzoek blijkt dat het risico op zelfdoding tot drie keer zo hoog is bij slachtoffers van cyberpesten in vergelijking met jongeren die niet gecyberpest worden. Uit het Vlaamse Friendly Attac onderzoek, dat in 2013 bij 1750 jongeren uit het 1e tot 3e middelbaar werd uitgevoerd, bleek dat bijna de helft van de jongeren die minstens 2 à 3 maal per maand gecyberpest werden, er vaak of heel vaak aan gedacht hebben om zelfmoord te plegen. Bij jongeren die al minstens eenmaal gecyberpest werden in de afgelopen 6 maanden, was er ongeveer een derde die er al ooit aan gedacht heeft om zelfmoord te plegen. Ook al heeft dit betrekking op een klein aantal jongeren die het slachtoffer zijn van cyberpesten, toch toont dit duidelijk de nefaste psychosociale impact aan die cyberpesten kan hebben op jongeren. 

Bij klassiek pesten kan de steun die slachtoffers ervaren, bijvoorbeeld van hun ouders, een buffer vormen tegen zelfdodingsgedachten. Bij slachtoffers van cyberpesten blijkt deze steun veel minder bescherming te bieden tegen de gedachten om uit het leven te stappen. Zelfdoding zou bij cyberpesten bovendien heel plots kunnen optreden, als een acute reactie om te ontsnappen aan een ondraaglijk gevoel van schaamte en/of vernedering. Er wordt vermoed dat cyberpesten tot meer schaamte en hopeloosheid leidt, omdat het voor iedereen zichtbaar is en vaak ook langer zichtbaar blijft en de jongere zich er niet kan tegen afschermen. Ook cyberpestkoppen denken vaker aan zelfdoding dan jongeren die niet betrokken zijn bij cyberpesten, maar in veel mindere mate dan slachtoffers van cyberpesten.

*Heb je vragen over zelfdoding, dan kan je terecht bij de Zelfmoordlijn, op het gratis nummer 1813.

Lees meer over

Inhoud

This should be replaced by the table of contents