Wetenschappelijk ontwikkelde programma's tegen cyberpesten

Artikel
Auteur(s): 
Katrien Van Cleemput - UA - MIOS
Sara Bastiaensens - UA - MIOS

Programma's tegen cyberpesten: Inspiratie vanuit offline pesten

Cyberpesten is een probleem waar veel Vlaamse tieners vroeg of laat mee te maken krijgen. Vaak gebeurt het tussen leerlingen van dezelfde school.[i] Om die reden hebben wetenschappers de laatste jaren uitvoerig onderzoek gedaan naar manieren om cyberpesten aan te pakken in de schoolcontext. Daarbij gingen ze vooral kijken naar welke programma’s al bestonden om offline pesten op school aan te pakken. Deze pasten ze dan (deels) aan voor de online omgeving. De programma’s tegen cyberpesten bouwen meestal voort op het succes van de “whole school approach” of schoolomvattende aanpak tegen pesten (zoals bijvoorbeeld het KiVa-programma). De goede werking van de whole school approach is immers bewezen in verschillende studies.

Belang van "Evidence-based"?

Wat wetenschappelijk ontwikkelde programma’s onderscheidt van andere programma’s tegen cyberpesten, is dat deze “evidence-based” zijn. “Evidence-based” betekent ten eerste dat programma’s tot stand gekomen zijn op basis van wetenschappelijke kennis over pesten (bv. over de verschillende rollen in pestsituaties, over de manieren waarop slachtoffers het best reageren op pesterijen,…). Daarnaast betekent “evidence-based” ook dat de programma’s op een wetenschappelijke manier getest worden. Er wordt dan door middel van bevragingen bij de leerlingen gemeten of het programma erin slaagt cyberpesten te verminderen (of bepalende factoren van cyberpesten aan te pakken). Bovendien wordt er gekeken of er geen negatieve effecten of bijwerkingen zijn (of er niet méér gepest wordt, bijvoorbeeld).

Internationale "evidence-based" programma's tegen cyberpesten

Internationaal zijn er al verschillende evidence-based programma’s tegen cyberpesten ontwikkeld en getest. Een uitgebreide bespreking van de belangrijkste programma’s kan je hier terugvinden.

Enkele voorbeelden van effectieve programma’s tegen cyberpesten zijn: 

  • Noncadiamointrappola (“Laten we niet in de val trappen”) uit Italië, voor tieners van 14 tot 18 jaar: een programma gebaseerd op “peer education” om sociale normen en gedrag te veranderen
  • Het Conred Cyberbullying prevention program uit Spanje, voor kinderen en tieners van 10 tot 18 jaar: zet in op de verandering in sociale normen met o.a. infosessies en campagnes.
  • Medienhelden uit Duitsland, voor tieners van 12 tot 14 jaar: lessenpakket en training voor leerkrachten die kennis, attitudes en sociale normen over cyberpesten bij leerlingen willen aanpakken
  • Het KiVa-programma uit Finland, voor kinderen en tieners van 9 tot 12 jaar: programma voor klassiek pesten, maar er werd ook een daling gevonden voor cyberpesten. Dit programma is een typische “whole school approach” met lessen, een computerspel, discussies, video’s en oefeningen. Er zijn ook brochures voor ouders en symbolen voor de school (bv. KIVA posters en vesten voor toezichthouders).

Wat deze programma’s gemeen hebben is dat ze zowel offline pesten als cyberpesten aanpakken. De programma’s zijn ook vrij intensief. Ze lopen over meerdere weken, maanden of zelfs schooljaren. Ze combineren ook verschillende programma-elementen. De programma’s zijn vanuit theoretisch oogpunt voornamelijk gebaseerd op onderliggende sociale mechanismen van pesten (bv. de nadruk op het veranderen van normen over pesten en de aandacht voor groepsdynamiek). Er wordt echter ook aandacht besteed aan aspecten van veilig internet, internetvaardigheden en online ethiek. Dit is niet evident, aangezien technologieën vaak veranderen. We zien dat hier op twee manieren mee omgegaan wordt in de programma’s. Zo probeert men de jongeren vaak algemene online normen en ethische principes bij te brengen die toepasbaar zijn op de verschillende technologieën (bv. privacy van anderen respecteren, geen gewelddadige boodschappen posten,…). Om in te spelen op de nieuwste evoluties, hebben de programmamakers enkele creatieve oplossingen gevonden. In het Medienhelden programma lost men dit op door leerlingen elkaar tips te laten uitwisselen over veilig internetgebruik in “peer-to-peer tutoring”-sessies. In Noncadiamointrappola kunnen leerlingen vragen stellen op een online forum dat gemodereerd wordt door andere leerlingen.

En in Vlaanderen?

In Nederland bestaan strenge richtlijnen over welke programma’s tegen pesten scholen mogen gebruiken.[ii] In Vlaanderen staan we jammer genoeg nog niet zo ver. Programma’s die al enige tijd beschikbaar zijn, zoals het lespakket ‘"Stop Cyberpesten" van Child Focus en “Vlindernet” (Vzw Zinloos geweld), zijn vaak gebaseerd op theoretische en praktische kennis, maar ze zijn niet getest op effectiviteit. We kunnen dus niet zeker weten of ze hun doel om cyberpesten te verminderen wel bereiken, en of ze geen negatieve effecten veroorzaken.

Verder is er de Nederlandse vertaling van het KiVa-programma, dat meermaals getest en effectief is bevonden. Dit programma is nu ook in Vlaamse scholen beschikbaar via de vzw Leefsleutels. Het KiVa programma is vooral geschikt voor de lagere school.

Om ook te voldoen aan de noden van het middelbaar onderwijs, werd in 2012 het vierjarig IWT-SBO onderzoeksproject "Friendly Attac" opgezet. In dit project maakten onderzoekers een “evidence-based” computerspel over cyberpesten voor Vlaamse tieners van 12 tot 14 jaar. In dit spel kunnen tieners leren hoe ze als omstaander of getuige best kunnen reageren op cyberpesten. Het computerspel werd getest bij meer dan 100 Vlaamse tieners, met positieve resultaten op heel wat bepalende factoren omtrent cyberpesten. Het is de bedoeling om dit computerspel verder op punt te stellen en te testen, om het uiteindelijk beschikbaar te maken voor scholen.


[i] Cyberpesten in cijfers 

[ii] In Nederland erkende interventies tegen cyberpesten.

Lees meer over

Inhoud

This should be replaced by the table of contents